« Terug naar alle berichten

2015: Iedereen kan participeren?

Door Albert-Jan Vink op 01 februari 2015

Vanaf 2015 hebben we in Nederland te maken met een nieuwe wet: de Participatiewet. 

Wat houdt de wet in?
De Participatiewet voegt een aantal oude  regelingen op het gebied van inkomen en werk samen (WWB, WAJONG en WSW) en is erop gericht dat mensen met afstand tot de arbeidsmarkt zo veel mogelijk gaan meedoen (participeren) in betaald of onbetaald werk.  Bekend  gedachtengoed in een nieuw jasje;  Iedereen doet mee, of je nu wil of niet.  Volgens de cijfers participeert de gemiddelde Nederlandse burger eigenlijk al heel behoorlijk, vaak middels vrijwilligerswerk of mantelzorg.  We blijken bereid om in actie te komen en  gaan van nature ook niet snel achter de geraniums zitten. Het je laten verzorgen is niet populair, en je wordt er ook niet oud door. Blijf in beweging en doe mee. Dit vinden wij in Nederland  gezond en wenselijk.

Wie doen niet mee?
Tot zover is er eigenlijk niets spannends aan de hand; participeren past bij ons en we worden gestimuleerd om dit nog beter te doen.  Wie gaan er echter buiten de participatieboot vallen? Waarom doen ze dat? Nog belangrijker: hoe erg is dat?
Laten we eens kijken wat de huidige GGZ hierover zegt. Volgens de richtlijnen  van de DSM-5 zijn er in ieder geval 2 groepen mensen die van nature niet makkelijk en graag participeren; de mensen die vallen onder de cluster A persoonlijkheidsstoornissen en de mensen die last hebben van een Autisme Spectrum Stoornis ( ASS). 
Typerend voor deze beide groepen mensen is de dubbelheid die ze verwoorden ten opzichte van de sociale druk die ze ervaren in de maatschappij; ze willen er vaak wel bij horen, maar ze voelen zich anders. Je openstellen voor anderen en aanpassen aan de omgeving kost hen zoveel energie dat ze zich regelmatig moeten terugtrekken om het hoofd boven water te houden (laat me met rust). Hieraan ten grondslag ligt een authentieke (eigen), vaak kwetsbare, belevingswereld, waar zaken net iets anders zijn geordend dan gemiddeld.

Maar wacht, ze doen wel mee!
Als je de tijd en rust neemt  om goed naar deze mensen te luisteren, valt op dat ze op hun eigen manier veel mensenkennis en interessante originele zienswijzen hebben, die je kunnen ontgaan als je teveel  met de participatiestroom meevaart en “meedoen” tot norm verheft.  Laten we in onze ijver om deze mensen te helpen participeren niet vergeten dat zij ons kunnen leren om authentiek en origineel in het leven te blijven staan.

Als dat lukt kunnen we spreken van een wederzijdse geslaagde participatie. 


Albert-Jan Vink is naast GZ psycholoog ook trainer bij Psyche@Work
Blader op categorie Blader op datum