« Terug naar alle berichten

Autisme is mijn superpower

Door Anne Luesink op 10 oktober 2019

Dit zei Greta Thunberg, het 14-jarige Zweedse meisje die momenteel vaak in het nieuws komt en zich sterk maakt voor het klimaat. Ze kreeg kritiek omdat ze anders was. Mensen vonden haar te direct en uitgesproken. Zijzelf zag haar Asperger syndroom niet alleen als een beperking maar ook een kracht. Ondanks dat autisme regelmatig in de aandacht staat, er is er ook nog veel onbekendheid over. Wat betekent het nu precies?
 

 

Autisme is géén ziekte.

Het is een aanleg die zich ontwikkelt samen met invloeden uit de omgeving. Dit begint al rond je geboorte en blijft het hele leven aanwezig. Je kunt het dus niet pas ontwikkelen als je volwassen bent. Wel kunnen de symptomen zich in verschillende perioden anders uiten. In de DSM 5, het handboek dat psychologen en psychiaters gebruiken om diagnosen te stellen, worden twee kenmerken genoemd die iemand met autisme typeren. Als eerste een beperking in sociaal gedrag en contact. Iemand met autisme mist het vermogen om anderen aan te voelen en te begrijpen wat er in sociale situaties van hem verwacht wordt. Hij of zij moet daarom bedenken hoe zich te gedragen in plaats van dit intuïtief aan te voelen. Contact kost daardoor energie. Vaak heeft iemand er ook minder behoefte aan. Het tweede kenmerk gaat over het hebben van beperkte interesses en stereotype, herhalend gedrag. Dat kan te zien zijn in iemands taalgebruik en motoriek. In het sterk vasthouden aan routines of beperkte of gefixeerde interesses hebben. Vaak heeft iemand veel moeite met veranderingen en een hoge gevoeligheid voor zintuigelijke prikkels zoals geluid of licht.
 
Er bestaat veel variatie en gradatie in autistische kenmerken. Iemand die zwakbegaafd is en autistisch, reageert misschien agressief als hij overprikkeld raakt. Iemand die intelligent is heeft echter waarschijnlijk geleerd zijn autisme te compenseren. Soms lukt dat zo goed dat iemands autistische kenmerken voor zijn of haar omgeving niet opvallen. Iemand kan er zelf wel onder gaan lijden, en bijvoorbeeld depressief of uitgeput raken door het bewust of onbewust voortdurend camoufleren van zijn beperkingen en voldoen aan de sociale verwachtingen. Waar vroeger varianten van autisme werden gelabeld als Asperger of PDD-NOS wordt er nu alleen nog gesproken over een autismespectrumstoornis. In de DSM 5 worden drie niveaus onderscheiden om aan te geven of iemand er veel of minder last van heeft en er dus ondersteuning bij nodig heeft.
 
Als je je afvraagt of je autisme hebt kun je bij je huisarts vragen om een verwijzing voor een diagnostisch onderzoek. Een diagnose krijgen kan helpen bij het accepteren van en omgaan met autisme. Het stellen van een diagnose kan echter een hele puzzel zijn, vooral bij volwassenen die een leven lang leerden om hun beperkingen te compenseren. Bovendien kan gedrag wat lijkt op autisme ook andere verklaringen hebben. Veel onveiligheid en stress meemaken als kind kan bijvoorbeeld leiden tot soortgelijk gedrag. Een psycholoog gaat tijdens een diagnostisch onderzoek na welke verklaring of diagnose het beste past bij jouw symptomen. Belangrijker echter dan de diagnose zelf is, zo nodig met hulp van een psycholoog, ontdekken waar jouw beperkingen en krachten liggen en hoe je daar mee om wilt gaan. Jij bent jij. En dat is precies goed.
 
Meer leren over autisme? Annelies Spek is een klinisch psychologe die zich heeft gespecialiseerd in autisme. Ze heeft er veel kennis over en deelt daarover op haar website: www.anneliesspek.nl.
Blader op categorie Blader op datum